over ons

Maatschappij tot Nut van het algemeen


Het Departement van 't Nut Breda kent een lange geschiedenis. In 2016 viert zij haar 200 jarig bestaan. De Brede Aa is een relatief jonge loot aan de boom. In 1973 werd de Nutsvolksuniversiteit Breda opgericht en in de doelstelling van de stichting staat het volgende omschreven: "de stichting Nutsvolksuniversiteit stelt zich ten doel aan personen boven de leerplichtige leeftijd, ongeacht vooropleiding of positie, de mogelijkheid te bieden zich te ontwikkelen en te vormen. Uitbreiding van kennis, oriëntatie in wetenschap en cultuur, alsmede stimulering van creativiteit geschiedt op algemene grondslag. Het cursusaanbod is breed van opzet en niet-diplomagericht. De stichting heeft geen winstoogmerk." 


In de loop der jaren is de Volksuniversiteit uitgegroeid tot een middelgrote instelling voor non formele volwasseneneducatie met ongeveer 1800 cursisten.


Volksuniversiteit Breda is aangesloten bij het departement van 't Nut Breda en werkt samen met verschillende Nutsbasisscholen in Breda: zie Stichting Nutsscholen Breda: NBS Boeimeer, NBS Dirk van Veen, NBS Burgst, NBS de Hoogakker, NBS Teteringen.


ALGEMEEN TOEGANKELIJK ONDERWIJS

Nutsonderwijs is algemeen toegankelijk onderwijs. Het wordt gefinancierd door de overheid. Nutsbasisscholen zijn bestuurlijk geen openbare scholen, maar zijn 'bijzonder neutraal' van karakter. Dat wil zeggen dat het beleid in handen is van een vereniging of stichting met een eigen (school)bestuur, meestal bestaand uit ouders van leerlingen. In de loop der jaren zijn op verschillende plaatsen fusies met andere, steeds openbare scholen, aangegaan.


Waar staat de Nutsbasisschool voor?

Onderwijs dat onafhankelijk is van een bepaalde levensbeschouwing en/of maatschappelijke stroming, met als voornaamste doelstellingen:


• Respect voor andere levensbeschouwingen.

• Nadruk op kritisch denken en het komen tot een weloverwogen oordeel op basis van vrijwilligheid. • Het bieden van een ononderbroken ontwikkelingsproces, afgestemd op de talenten en mogelijkheden van de individuele leerling.
• Ontwikkeling van de gehele mens, zowel emotioneel als verstandelijk.
• Het verwerven van de nodige kennis en sociale, culturele en lichamelijke vaardigheden.

• Onderwijs dat uitgaat van het feit dat kinderen opgroeien in een multiculturele samenleving.


In Nederland was onder invloed van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen een andere kijk op armenzorg ontstaan: elk probleemgeval moest op zichzelf bekeken worden (individualisatie). In links-liberale kring pleitte men daarnaast voor meer invloed van de staat om een harmonische samenleving te bevorderen waarin ieder individu tot ontplooiing kon komen. Aan deze visie zaten twee kanten: enerzijds maakte men zich bezorgd over de wantoestanden onder de arbeidende bevolking, anderzijds vond men dat een 'verheven' arbeider een belangrijke factor in de economische vooruitgang zou betekenen.


OORSPRONG MAATSCHAPPIJ TOT NUT VAN 'T ALGEMEEN

De Maatschappij tot Nut van 't Algemeen heeft vanaf de oprichting in 1784 de verbetering van het onderwijs als kernactiviteit beschouwd. Volksontwikkeling was de opdracht: 'Kennis als weg naar persoonlijke en maatschappelijke ontwikkeling'. Het uitgeven van eenvoudige leerboeken was het middel (om een breed publiek te bereiken). Samen streven naar een betere wereld voor iedereen. Vanuit sociale bewogenheid werd gewerkt aan een verbetering van de samenleving; gemeenschappelijk welzijn als resultaat van democratisch denken. De ontwikkeling van de individuele mens staat centraal. Onderwijsvernieuwing wordt gezien als onderdeel van een doorlopend maatschappelijk ontwikkelingsproces, los van een bepaald levensbeschouwelijk of politiek standpunt.


Naast kleuterscholen, basisscholen en vervolgonderwijs werden ook opleidingsscholen voor onderwijzers en het Nutsseminarium voor pedagogiek aan de Universiteit van Amsterdam gestart. Het Nutsbasisonderwijs is daar nu nog van over. Sinds 1984 is er vanwege de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen een Leerstoel in de Geschiedenis van het Onderwijs aan de faculteit Sociale Wetenschappen van de Universiteit Utrecht.


Lag bij het eerste buurthuis in de Jordaan 'Ons Huis' de nadruk op de ontmoeting en het elkaar leren kennen, van de gegoeden en het volk, de in 1913 opgerichte Volksuniversiteit legde de nadruk op kennis. De oprichter, de sociaal geograaf Professor Steinmetz, koos voor deze naam om verschillende redenen. Onder het 'Volk' verstaat hij allen, dus ook zij voor wie het hoger onderwijs niet toegankelijk was, ongeacht hun politieke of religieuze achtergrond. En het begrip 'universiteit' gebruikt hij in zijn meest oorspronkelijke betekenis. 'Universitas' betekent: een harmonisch, systematisch geheel van wetenschappen. Zo lezen wij in de statuten: 'het doel der Volksuniversiteit is voor de Amsterdamsche burgerij van alle klassen de gelegenheid tot meer algemene ontwikkeling en hogere beschaving te openen, door cursussen op velerlei gebied te doen houden, waarbij schoolsheid en dwang geheel zijn buitengesloten'.