Programma

categorie




Over ons

geschiedenis van de volksuniversiteiten in Nederland


De Volksuniversiteit vindt haar oorsprong in Engeland in de 2de helft van de 19de eeuw. Een kleine groep wetenschappers maakte zich zorgen over de 'verborgen tweedeling in de maatschappij'. Een tweedeling tussen een kleine groep wetenschappelijk geschoolden en de grote groep 'van het volk', de groep van de onwetenden. Kennis en ervaring opgedaan binnen de universiteiten moesten ten dienst komen van de hele maatschappij. Arnold Toynbee was het voorbeeld voor veel docenten en studenten van Oxford om in het Londens East End in de jaren '80 van de 19de eeuw kennis te delen met arbeiders. Kennisoverdracht zonder druk van examens. Al snel volgden Duitsland, België en Denemarken dit voorbeeld.


In Nederland was onder invloed van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen een andere kijk op armenzorg ontstaan: elk probleemgeval moest op zichzelf bekeken worden (individualisatie). In links-liberale kring pleitte men daarnaast voor meer invloed van de staat om een harmonische samenleving te bevorderen waarin ieder individu tot ontplooiing kon komen. Aan deze visie zaten twee kanten: enerzijds maakte men zich bezorgd over de wantoestanden onder de arbeidende bevolking, anderzijds vond men dat een 'verheven' arbeider een belangrijke factor in de economische vooruitgang zou betekenen.


Lag bij het eerste buurthuis in de Jordaan 'Ons Huis' de nadruk op de ontmoeting en het elkaar leren kennen, van de gegoeden en het volk, de in 1913 opgerichte Volksuniversiteit legde de nadruk op kennis. De oprichter, de sociaal geograaf professor Steinmetz, koos voor deze naam om verschillende redenen. Onder het 'Volk' verstaat hij allen, dus ook zij voor wie het hoger onderwijs niet toegankelijk was, ongeacht hun politieke of religieuze achtergrond. En het begrip 'universiteit' gebruikt hij in zijn meest oorspronkelijke betekenis. 'Universitas' betekent: een harmonisch, systematisch geheel van wetenschappen. Zo lezen wij in de statuten: 'het doel der Volksuniversiteit is voor de Amsterdamsche burgerij van alle klassen de gelegenheid tot meer algemene ontwikkeling en hogere beschaving te openen, door cursussen op velerlei gebied te doen houden, waarbij schoolsheid en dwang geheel zijn buitengesloten'.


Professor Steinmetz


Zo ontstaat in Amsterdam de eerste Volksuniversiteit. Al snel volgen Groningen (1914), Tilburg (1915), Assen en Den Haag (1916), Rotterdam en Utrecht (1917). In 1918 richten 7 Volksuniversiteiten de Bond van Nederlandse Volksuniversiteiten op met als doel het intensiveren van de onderlinge samenwerking.


Kort na de tweede wereldoorlog kent het Volksuniversiteitswerk een bloeiperiode: het aantal groeit naar 65. Vooral talencursussen, speciaal voor (toekomstige) emigranten, waren erg populair. Langzamerhand komen Volksuniversiteiten losser te staan van de wetenschap. In de tweede helft van de 50-er jaren komt de groei tot stilstand, onder andere onder invloed van de televisie en de vele vormen van vrijetijdsbesteding die ontstaan. In 1965 wordt de stagnatie doorbroken: Volksuniversiteiten gaan zich richten op maatschappelijke ontwikkelingen. Met steun van extra rijkssubsidie worden Nederlandse taalcursussen ontwikkeld voor gastarbeiders, speciale cursussen voor mensen met alleen lager onderwijs, alfabetiseringscursussen, cursussen op het gebied van de vrouwenemancipatie en daarnaast cursussen op het creatieve vlak.


Inmiddels bestaan er ongeveer 78 Volksuniversiteiten in Nederland, waarvan er een aantal aangesloten is bij Cultuurconnectie. In het totaal bereiken deze Volksuniversiteiten jaarlijks circa 250.000 cursisten. Het is echter moeilijk om een beeld te geven van 'De Volksuniversiteit in Nederland'. Daarvoor zijn de verschillen te groot. Er zijn grote Volksuniversiteiten met 10.000 cursisten per jaar zoals Haarlem, Amsterdam, Rotterdam, Utrecht; middelgrote Volksuniversiteiten, zoals in Arnhem, Tilburg, Groningen en Breda, en kleine Volksuniversiteiten, meestal gevestigd in kleine steden en dorpen, met 100 tot 500 cursisten.


Een paar dingen hebben zij met elkaar gemeen: de ideële achtergrond; de neutrale opstelling; het werken zonder winstoogmerk; het laagdrempelig karakter; het niet diplomagericht zijn. Deze kernwoorden vindt u in ons cursusprogramma terug. 


De afgelopen jaren werken de Volksuniversiteiten aan een 'kwaliteitskeurmerk'. Inmiddels voldoen 20 volksuniversiteiten aan de gestelde richtlijnen. In november 2010 ontving De Volksuniversiteit Breda het 'kwaliteitskeurmerk' voor Volksuniversiteiten. Sindsdien mag zij zich een 'erkende volksuniversiteit' noemen. 

In 2013 werd in Amsterdam 100 jaar Volksuniversiteitswerk groots gevierd. Het cursusjaar 2013/2014 stond in het teken van 40 jaar Volksuniversiteit Breda.


Het werk binnen de Volksuniversiteit is sterk afhankelijk van de inzet van vrijwilligers. In ongeveer de helft van de Volksuniversiteiten werken één of meer beroepskrachten. De cursussen worden gegeven door opgeleide docenten, die uit passie lesgeven. 


Het programma is divers. Bij de meeste Volksuniversiteiten komen de volgende rubrieken naar voren:


  • Vreemde talen
  • Geschiedenis, Kunst en Cultuur
  • Levensbeschouwing, Filosofie
  • Wetenschap
  • Mens & Maatschappij
  • Sociale vaardigheden
  • Creatieve vaardigheden


Daarnaast worden er de nodige cursussen op maat gegeven. Elke plaats speelt in op de vragen die daar liggen.